De Belgische overheid heeft voor het jaar 2025 een bedrag van 1,35 miljoen euro toegekend aan de United Nations Mine Action Service (UNMAS). De middelen zijn bestemd voor het opruimen van landmijnen en explosieve oorlogsresten in Irak en Syrië.
Met deze nieuwe bijdrage komt het totale bedrag dat België sinds 2019 aan ontmijningsprojecten in deze twee landen heeft besteed op ruim 13 miljoen euro. De financiering wordt beheerd door de FOD Buitenlandse Zaken en is gericht op het verminderen van de veiligheidsrisico's voor de burgerbevolking.
Impact van explosieven op de regio
De aanhoudende aanwezigheid van explosieven in Irak en Syrië vormt een directe belemmering voor de lokale ontwikkeling. Landmijnen blokkeren de toegang tot landbouwgrond, waterbronnen en wegennetwerken. Dit heeft gevolgen voor de voedselzekerheid en de economische herstelwerkzaamheden.
Volgens minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot is het vrijmaken van deze gebieden een noodzakelijke voorwaarde voor de wederopbouw van infrastructuur, zoals scholen, en de terugkeer naar een normale economische activiteit.
Operationele focus van UNMAS
De werkzaamheden van UNMAS verschillen per land:
Irak: De nadruk ligt op de versterking van de technische capaciteit van de nationale ontmijningsautoriteiten en ondersteuning van het lokale maatschappelijk middenveld.
Syrië: In de context van de huidige heropbouw van het staatsapparaat ondersteunt UNMAS de autoriteiten bij het herstellen van operationele capaciteiten. Daarnaast fungeert de organisatie als coördinator voor andere actieve ontmijningsgroepen in het veld.
Inzet van vrouwelijke ontmijners
Een specifiek onderdeel van het gesteunde programma is het bevorderen van gendergelijkheid binnen de sector. Dit gebeurt onder meer door de inzet van vrouwelijke ontmijners en de opname van vrouwen in de besluitvormingsstructuren van de projecten. Volgens de Belgische overheid draagt deze aanpak bij aan de algemene weerbaarheid van de lokale gemeenschappen.












