Het duurt in België gemiddeld bijna vijf jaar om belangrijke uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) om te zetten in nationale wetgeving of beleid. Dit blijkt uit het nieuwe rapport Justice Delayed and Justice Denied (2025-editie) van het European Implementation Network (EIN) en Democracy Reporting International (DRI). Het rapport waarschuwt voor een groeiende kloof in heel Europa tussen juridische overwinningen in de rechtszaal en daadwerkelijke veranderingen in de praktijk.
Het onderzoek analyseert hoe EU-lidstaten omgaan met uitspraken van de twee hoogste Europese hoven: het EHRM in Straatsburg (mensenrechten) en het Hof van Justitie van de EU (HvJ-EU) in Luxemburg (rechtsstaat). Terwijl de druk op de rechtsstaat in Europa toeneemt, toont het rapport aan dat vertragingen, gedeeltelijke naleving en soms openlijke weerstand tegen Europese vonnissen eerder regel dan uitzondering worden.
België: Een zwakke leerling in de klas
De rapportage is kritisch over de Belgische prestaties. Bij het EHRM wordt België geclassificeerd als een "matig slechte" uitvoerder (moderately poor).
Lange wachttijden: Het kost België gemiddeld 4 jaar en 9 maanden om toonaangevende mensenrechtenvonnissen te implementeren.
Openstaande zaken: Op 1 januari 2025 wachtten 17 toonaangevende zaken nog op volledige uitvoering.
Langdurige problemen: België behoort tot een groep van tien lidstaten die zaken hebben openstaan die al meer dan 15 jaar wachten op een oplossing.
Bij het Hof van Justitie van de EU (HvJ-EU) presteert België nog minder goed en krijgt het de stempel "zwakke nalever" (poor complier). Van de 28 beoordeelde rechtsstaat-gerelateerde uitspraken tussen 2019 en 2025, heeft België er slechts 16 (ca. 57%) volledig uitgevoerd.
Meer dan een derde van de vonnissen (35,7%) is slechts gedeeltelijk nageleefd.
Van de zaken die nog niet volledig zijn opgelost, sleept 91,6% al langer dan twee jaar aan. Het rapport wijst op hoge niveaus van gedeeltelijke naleving en langdurige vertragingen als de belangrijkste pijnpunten voor België.
Nederland: Een 'goede' beoordeling met kanttekeningen
In vergelijking met zijn zuiderburen presteert Nederland aanzienlijk beter wat betreft de uitvoering van EHRM-vonnissen. Nederland wordt in het rapport beoordeeld als "Goed" (Good).
Snellere afhandeling: De gemiddelde implementatietijd voor toonaangevende zaken bedraagt 3 jaar en 2 maanden, wat aanzienlijk sneller is dan in België.
Minder achterstand: Er staan momenteel slechts 7 toonaangevende zaken open.
Toch is er geen reden tot zelfgenoegzaamheid. Ondanks de goede beoordeling is 41% van de toonaangevende vonnissen uit de laatste tien jaar nog steeds niet volledig geïmplementeerd. Dit percentage wordt in het rapport als "significant" bestempeld, wat aangeeft dat zelfs goed presterende landen moeite hebben om recente uitspraken tijdig te verwerken.
Europese trend: Een systeem onder druk
De bevindingen voor België en Nederland maken deel uit van een bredere, zorgwekkende trend. In heel de EU wachten momenteel 650 toonaangevende EHRM-vonnissen op uitvoering, een stijging ten opzichte van voorgaande jaren. De gemiddelde wachttijd in de EU is opgelopen tot 5 jaar en 4 maanden.
Ook bij het HvJ-EU is het beeld gemengd. Meer dan een derde van de vonnissen die betrekking hebben op de rechtsstaat wordt niet volledig nageleefd. De problemen concentreren zich vaak rond politiek gevoelige thema's:
Asiel en migratie: Uitspraken worden vaak alleen in individuele gevallen toegepast, terwijl restrictieve wetgeving ongewijzigd blijft.
Rechterlijke onafhankelijkheid: Hervormingen rondom tuchtprocedures en benoemingen van rechters blijven achter.
Privacy en data: Veel staten hebben hun regels voor dataretentie en surveillance nog niet in overeenstemming gebracht met het EU-recht.
Aanbevelingen
Het rapport roept de Europese Commissie en nationale overheden op tot actie. De aanbevelingen luiden onder meer:
Systematische monitoring: De EU moet de implementatie van vonnissen van beide hoven opnemen als kernindicator in haar jaarlijkse rechtsstaatrapport.
Nationale strategieën: Lidstaten, waaronder België, moeten coherente nationale strategieën aannemen met duidelijke tijdlijnen en parlementair toezicht, in plaats van ad-hoc maatregelen.
Structurele hervormingen: Overheden moeten politiek gevoelige structurele hervormingen doorvoeren in plaats van te kiezen voor cosmetische oplossingen.
Terwijl landen als Ierland en Finland laten zien dat snelle naleving mogelijk is, blijven Oost-Europese lidstaten zoals Hongarije, Bulgarije en Roemenië de lijst aanvoeren van landen met de ernstigste implementatieproblemen.










