De nieuwe federale regering onder leiding van Bart De Wever zet het mes in de uitgaven voor het overheidspersoneel. Door een selectieve vervanging van vertrekkend personeel en het verhogen van de pensioenbijdragen voor overheidsdiensten, moet er tegen 2029 jaarlijks 459 miljoen euro bespaard worden. Dat blijkt uit de begrotingsnotificaties waarover De Standaard en Het Belang van Limburg berichten.
De besparingsoperatie kadert in de bredere begrotingsstrategie van de regering, die tegen het einde van de legislatuur in totaal 9,2 miljard euro moet vinden. Een substantieel deel daarvan wordt gezocht binnen het eigen ambtenarenapparaat via twee specifieke maatregelen.
1. Selectieve vervanging: de 2-op-5 regel
De eerste en meest directe maatregel is een gedeeltelijke aanwervingsstop. Federale overheidsdiensten krijgen een specifiek besparingsdoel opgelegd. Zolang dat doel niet is bereikt, mogen zij slechts twee op de vijf personeelsleden die de dienst verlaten (bijvoorbeeld door pensioen) vervangen.
Deze maatregel gaat onmiddellijk in en moet dit jaar al een besparing van 100 miljoen euro opleveren. Tegen 2029 moet dit oplopen tot een structurele besparing van 175 miljoen euro.
Uitzondering voor veiligheid
De regering maakt een belangrijke uitzondering voor de veiligheidsdepartementen. De personeelsbeperking is niet van toepassing op:
Justitie
Defensie
De politie
Binnenlandse Zaken
Dienst Vreemdelingenzaken
2. Hogere factuur voor statutaire pensioenen
De tweede maatregel betreft een financiële verschuiving rond de pensioenen van vastbenoemde (statutaire) ambtenaren. Federale diensten en overheidsbedrijven zullen in de toekomst een aanzienlijk hogere werkgeversbijdrage moeten betalen op het loon van nieuwe statutaire werknemers.
Deze bijdrage dient om de toekomstige pensioenkosten te dekken en vloeit rechtstreeks naar de federale pensioendienst. Het tarief wordt geleidelijk opgetrokken:
2026: 9,5 procent
2029: 38 procent
Hierdoor krijgt de pensioenkast volgend jaar naar verwachting 100 miljoen euro extra binnen, oplopend tot 284 miljoen euro in 2029.
Sturing naar contractuelen
Hoewel deze pensioenmaatregel extra geld in het laatje brengt voor de sociale zekerheid, moeten de overheidsdiensten deze factuur zelf betalen vanuit hun eigen budget. Dit creëert een duidelijk financieel mechanisme om het personeelsbeleid te sturen.
Doordat vastbenoemde ambtenaren veel duurder worden voor de dienst in kwestie, worden overheidsmanagers gedwongen om kritisch na te denken over welke functies nog een statutaire benoeming vereisen. De verwachting is dat diensten hierdoor sneller zullen kiezen voor contractuele medewerkers, voor wie deze verhoogde bijdrage niet geldt.










